Formlabs | 5 min

7 technieken om je 3D printmodel na te bewerken

Robert Slegers
14-01-20

Onderdelen uit professionele 3D printers hebben doorgaans van zichzelf al een hoogwaardig afwerking. Toch kan het einddoel van de 3D print vragen om extra nabewerking bij rapid prototyping. Afhankelijk van het gewenste resultaat en de gebruikte printmaterialen en technieken kies je één of meerdere handmatige manieren van nabewerken. Voor het bepalen van welke techniek je inzet moet je rekening houden met de materiaaleigenschappen van het geprinte materiaal. Hieronder staan zeven mogelijke nabewerkingen die je zelf kunt toepassen.

Automatisch nabewerken: Form Wash & Cure

We bieden twee producten aan die de nabewerking van je overnemen: Form Wash en Form Cure. Zo bespaar je veel tijd in nabewerking die je kunt steken in het creëren en designen van onderdelen of producten.

1. Schuren

Met schuren zal je de oneffenheden van de 3D print verkleinen. Denk aan de laagjes structuur die zichtbaar kan zijn aan de zijdes van een 3D print. Dit schuren kan met de hand maar ook met behulp van diverse vormen schuurmachines. Afhankelijk van de gewenste ‘gladheid’ kies je de juiste korrelgrootte voor het schuurpapier. Schuren is zeer geschikt voor grote oppervlaktes. Kleine oppervlaktes kunnen lastig zijn. Gaten en kleine holtes/ruimtes kunnen lastig bereikbaar of zelf onbereikbaar zijn om te schuren.

7 technieken  om je 3D print te nabewerken

2. Parelstralen

Met parelstralen blaas je kleine korrels materiaal op je werkstuk. Het effect is dat het laagjeseffect van het 3D printen verdwijnt. Door het stralen ‘schuur’ je in feite de oppervlaktes glad. De korrels die je gebruikt voor het stralen zijn er in verschillende hardheden. Op die manier kun je sturen hoe aggressief je materiaal verwijderd. Het stralen gebeurd in een afgesloten ruimte dus de afmetingen zijn beperkt (60x80x80cm). Daarnaast is stralen een handmatige actie en kan het niet geautomatiseerd gebeuren.

7_techniek_om_je_3D_print_te_nabewerken_2

3. Trommelen

Trommelen is een mechanische manier van schuren/ polijsten. De 3D print word in een bak met schurende korrels gelegd. Door de bak te roteren verplaatsen de korrels t.o.v. de 3D print en zullen deze langs de oppervlaktes van de print schuren. Het grote voordeel van trommelen is dat het mechanisch is en dus weinig handarbeid kost. Helaas staat daar wel tegenover dat het een langdurig proces is (denk aan uren i.p.v. minuten).

7 technieken  om je 3D print te nabewerken

Advies nodig?

Contact opnemen

4. 'Vapor smoothing'

Met schuren verwijder je materiaal zodat er uiteindelijk een gladder oppervlak ontstaat. Bij een bepaalde temperatuur ‘smelt’ je met een hulpstof de 3D print zodanig dat de oppervlaktes gaan ‘vloeien’. Het resultaat is een glad oppervlak. Wees er van bewust dat als iets vloeibaar is de zwaartekracht een aandeel heeft in waar het naar toe vloeit. Het materiaal vloeit dus niet per se in de richting die ‘klopt’ bij de vorm van de geometrie. Het is een proces dat zowel handmatig al machinaal uit te voeren is. De duur is afhankelijk van volumes, gebruikte materialen en gewenst effect.

7 technieken  om je 3D print te nabewerken

5. Verlijmen

Voor delen die niet op de printer passen of delen waarbij je wilt besparen of het te gebruiken supportmateriaal kan het soms interessant zijn een ontwerp in delen te printen. Na het printen zal je de delen aan elkaar moeten verbinden. Verbinden kan je doen door gebruik te maken van lijmen, ‘lassen’*, ‘oplosmiddelen’* en mechanische verbindingen als schroeven en bouten& moeren. Denk ook na hoe je de delen na het printen aan elkaar gaat zetten. Misschien is het handig om een extra randje op een van de delen te printen zodat je de delen beter kan uitlijnen. 

*lassen: m.b.v. temperatuur of ultrasoon delen aan elkaar versmelten.

*oplosmiddelen: m.b.v. oplosmiddel delen aan elkaar chemisch versmelten.

6. Galvaniseren

Galvaniseren is het aanbrengen van een dun laagje metaal op een object. Je kunt het inzetten voor decoratieve doeleinden maar ook functioneel. Het geeft de uitstraling van metaal aan een 3D print en verbeterd daarnaast de mechanische eigenschappen. Voor het galvaniseren is wel een glad oppervlak nodig. Er zijn verschillende ‘kleuren’ beschikbaar zoals goud, koper en chroom.

7_techniek_om_je_3D_print_te_nabewerken_5.jpg

 

7. Verven

3D prints kunnen ook voorzien worden van een verflaag. Afhankelijk van het einddoel en het gebruikte printmateriaal zijn er meerdere mogelijkheden. Voor de meeste 3D printmaterialen heeft het de voorkeur om eerst de ondergrond te schuren. Naast het schuren is het aanbrengen van een primer ook aan te raden. Deze zal voor een betere hechting tussen de verf en je 3D model zorgen.

Het gebruiken van verf voor je 3D print word vaak ingezet voor prototyping maar kan zeker ook voor ‘end-use parts’ gebruikt worden.

7_techniek_om_je_3D_print_te_nabewerken_6.jpg

 

Dus?

Afhankelijk van de eisen en wensen kies je een of meerdere technieken. Maak gebruik van Google en Youtube om te zien hoe anderen deze technieken inzetten, bijvoorbeeld met de Form 3.

N.B. Deze blog was oorspronkelijk gepubliceerd op 1 augustus 2015 en is volledig herzien en bijgewerkt door de auteur zodat de 7 technieken accuraat en up-to-date zijn. 

Is het gras groener bij de buren?

Formlabs staat bekend om haar Low Force Stereolithography (LFS)-technologie terwijl Ultimaker-printers de Fused Deposition Modeling (FDM)-technologie toepassen. Benieuwd naar de verschillen? We geven graag meer informatie over de Ultimaker 2+ (Extended), Ultimaker 3, Ultimaker S3 en Ultimaker S5; inclusief de add-ons Air Manager en Material Station.

En heb je al eens nagedacht over 3D metaalprinten? Met de 3D printers van Desktop Metal print je volledig dichte, solide metalen onderdelen met een afwerking en resolutie van zeer hoge kwaliteit.

Vond je dit artikel interessant?

Ontvang direct de nieuwste blogs in je mailbox. Hiervoor verwerken we je gegevens.

Robert Slegers

Wellicht ook interessant

Geen berichten gevonden